Blog

Een dag met hindernissen...

Er zijn soms van die dagen dat je denkt, zat ik maar gewoon op kantoor. En dan niet omdat het stormt, regent, hagelt etc. Natuurlijk loop ik ook liever in het zonnetje, maar het weer, daar kun je je op kleden en dan valt het allemaal wel mee.

Nee, soms loopt een wandeling niet zoals je wilt. Zoals gisteren. Het was prachtig weer. De zon scheen, weinig wind, het park was prachtig met alle schitterende herfstkleuren. Echt zo’n dag dat je loopt te genieten.  Totdat twee honden besloten te knokken om iets eetbaars dat op het pad lag. Nadat ik ze uit elkaar had en de schade bekeken, ze hadden allebei lichte schade opgelopen, vervolgde we onze weg. De twee vechtersbazen maar even aan de lijn, ter voorkoming van nog zo’n akkefietje.  Gelukkig was Ingeborg mee deze dag, zo konden we allebei een hond nemen.

Opeens komt Inka uit het water aanrennen met iets in haar bek. Het stonk verschrikkelijk. Het leek nog het meest op een verdronken kip. Aan de ene kant uit haar bek een paar poten en aan de andere kan het koppetje met een kam. Dit moest wel een kip zijn geweest. Ze liep er trots mee rond te paraderen, pakte het zo af en toe even goed vast (je hoorde het kraken…). Jullie willen niet weten hoe dat er uit zag, hoe het rook, maar ik liep te kokhalzen. De andere honden hadden ook interesse, ze probeerden het beest uit Inka’s bek te trekken,  maar Inka was ze steeds te snel af.

Goed, zo konden we niet verder lopen. Ik lijnde Inka ook aan en probeerde haar zover te krijgen om het smerige ding los te laten. Dat was ze niet van plan. Plan B. Terug naar de bus. Daar aangekomen heb ik Inka vastgebonden aan een paaltje en zoveel mogelijk honden in de bus gezet en wederom geprobeerd om haar zover te krijgen het verrotte beest los te laten. Maar nee. Hoe meer ik mijn best deed, hoe meer zij naar binnen probeerde te werken. Het was werkelijk te smerig voor woorden en om niet ter plekke over mijn nek te gaan, ben ik een stuk verderop gaan staan. Na een poosje liet ze de ingewanden liggen (die hoefde ze schijnbaar niet) en kon ik haar aan een ander paaltje binden zodat ik het restant op kon ruimen.

Gelukkig heb ik mijn bus handschoenen van het tankstation liggen, daarmee kon het ik oppakken (zonder te kijken en te ruiken, alleen voelen was al erg genoeg) en in de prullenbak dumpen.

Pfff. Dat was weg. Alle honden weer uit de bus en daar gingen we weer. Door alle commotie waren we Teun kwijtgeraakt. Zoekend en roepend liepen we door het park, maar hij was nergens te bekennen. Omdat hij dichtbij woont was ik bang dat hij naar huis was gelopen.  We gingen dus als eerste naar zijn huis om te kijken of hij daar naar toe was gegaan. Maar nee, daar was hij niet. Terug naar het park. En ja, gelukkig daar was hij nog.  Hij kwam aanlopen met een blik van ‘waar was je nou?’. “Ja “zei ik tegen hem “waar was jij nou?” . Weer naar het huis van Teun gereden om hem veilig thuis te brengen. Maar nee, Teun was er nog niet klaar mee. Terwijl ik de halsband af doe van Whitney (zijn huisgenootje) draait Teun zich om en rent weer naar buiten. Grrr. Hij stond op de veranda en keek ons aan van “pak me dan, als je kan”. Ik sloot het hekje en liep om naar de andere kant van het huis. Ingeborg ging achter Teun aan en ik liep om. Zo konden we hem mooi insluiten. Aan de andere kant van het huis kwamen Ingeborg en ik elkaar tegen en was Teun spoorloos. Hoe was dit mogelijk???? We keken onder stoelen en tafels, achter open haard hout, in de sloot, maar hij was nergens te bekennen. Was hij dan zo snel geweest, dat hij over het hekje was gesprongen, zonder dat ik hem gezien had? We begrepen er niets van. We zochten bij de buren, in de straat bij andere buren, maar hij was er niet. Ten einde raad belde ik de eigenaresse. Waar gaat Teun heen als hij wegloopt was mijn vraag. Naar de buren, dan zit hij daar in de tuin was het antwoord. Maar nee, daar was hij echt niet. Ineens roept Ingeborg “daar is hij!” Teun stond gewoon op de veranda naar ons te kijken. Ik durf te beweren dat hij ons uit stond te lachen. Opgelucht dat hij weer in zicht was beeindigde ik het gesprek en beloofde hem zo snel mogelijk in huis te zetten. Wederom liepen Ingeborg en ik  de veranda op. Ik achter Teun aan deze keer en zij om het huis de andere kant op. En je gelooft het niet. Weer kwamen we elkaar tegen en was Teun nergens te bekennen. Dit leek wel een slapstick. We verwachtte bijna Frans Bauer tegen te komen met de verborgen camera. Waar was die verd…. hond nou toch gebleven!? En ineens wijst Ingeborg naar de hoek onder aan de veranda. Daar in het water stond Teun. Achter het huis waren een paar treden geplaatst zodat je onder de veranda kon komen. Daar was hij vanaf gegaan en het water ingelopen. Nou was ik niet van plan om ook het water in te gaan, dus ik ging op de veranda boven hem staan en liet de riem met lus naar beneden zakken. Daar schoof ik de lus over zijn hoofd en had ik hem. Eindelijk!!!! Met de hond aan de lijn in de sloot en wij op de veranda liepen we naar de treden en kon hij niet anders dan omhoog de veranda opkomen en konden we hem weer naar binnen brengen.

De rest van de dag verliep zonder rare incidenten. Gelukkig verlopen de meeste dagen niet op deze manier, maar kunnen we genieten van de honden en hun rare capriolen.