Blog

Een nat pak.

Als het heerlijk weer is voor ons mensen, is het voor honden vaak alweer te warm.  Nou weten de meeste honden daar wel raad mee. Je neemt gewoon een verfrissende duik in 1 van de vele sloten die wij tegenkomen in het uitlaatgebied.

 

Er zijn ook honden, die niet zo gediend zijn van dat natte gedoe. Die blijven liever aan de kant en gaan al uit de buurt als zo’n waterrat zich naast hen uit wil schudden.

 

Die donderdag was het zo’n heerlijke zomerdag en de meeste honden hadden al zo’n verkoelende duik genomen. Mayla houdt daar niet zo van, maar als je dan ook nog eens een zwarte vacht hebt, dan heb je het best wel warm. Ze zocht dan ook regelmatig de schaduw van de struiken op om daar te gaan liggen hijgen.

 

Op het moment dat ze een slokje uit de sloot probeerde te drinken, gaf ik haar een zetje. Zo kon ze ook even afkoelen, was het idee.

Eerst dacht ik dan ook dat ze ervan stond te genieten. Lekker tot aan je buik in het water staan, daar koel je lekker van af.

 

Tot dat we verder wilde lopen en Mayla niet van plan was om mee te gaan. Dit was vreemd. Het leek wel of ze niet durfde te bewegen.

Goed, de trukendoos moest open, dat was wel duidelijk. Brokjes? Nee, ze had geen interesse. De andere honden naar haar toe sturen en proberen of ze achter ze aan wilde zwemmen? Nee, ze bekeek ze niet eens. Weglopen in de hoop dat ze achter ons aan zou komen rennen? Nee hoor, ze ging wel blaffen, maar verder bewoog ze niet.

 

Goed dan. Er was nog maar 1 oplossing mogelijk. Ik moest het water in. Voor het eerst in al mijn uitlaatjaren moest ik de sloot in. Gelukkig had ik mijn korte broek en mijn sandalen aan. Zakken leeg maken (telefoon, sleutels, snoepjes eruit), broekspijpen nog wat verder oprollen en daar ging ik dan.

Een aantal honden sprong achter mij aan. Dat was nog eens leuk, Jo die mee ging zwemmen!!!

Ik begreep op dat moment wel direct waarom Mayla niet meer bewoog. Ze dacht waarschijnlijk dat ze vast zat. De modder zoog aan je voeten en je moest  best wat kracht zetten om weer los te komen.

 

Bij haar gekomen deed ik de riem over haar hoofd en kwam ze meteen achter mij aan gezwommen en gesprongen.

Eenmaal op de kant ging ze rennen en rollen van blijdschap. Zo konden we heerlijk afgekoeld onze weg weer vervolgen.

Mocht ik nog eens een keer de neiging hebben om een hond een zetje de sloot in te geven, dan moet ik daar toch iets langer over nadenken misschien.